top of page
Meer weten?

Ontdek de kracht van BasisBeeld voor uw gemeente

Wilt u een demo aanvragen of op de hoogte blijven van de ontwikkelingen? Wij staan voor u klaar om al uw vragen te beantwoorden.

 

Ook helpen we u graag bij het onderzoeken hoe we uw gemeente kunnen ondersteunen bij het effectief laten aansluiten van beleid, kwaliteit, contractmanagement en toezicht in de Wmo en Jeugdwet.

U kunt contact met ons opnemen via:

Laat uw contactgegevens achter, u hoort dan snel van ons.
Meerdere antwoorden mogelijk

Heeft u al een voorkeur voor een datum? Vul deze dan hier in. Dit veld is niet verplicht.

Wij gaan netjes om met uw gegevens. Lees onze privacyverklaring.

De nieuwe contractstandaarden: Van verplichting naar voordeel

Bijgewerkt op: 18 nov

Het sociaal domein is in beweging, gemeenten en aanbieders werken aan betere samenwerking, meer transparantie en minder administratieve lasten. De verplichte nieuwe contractstandaarden voor Wmo en Jeugdwet van het Ketenbureau i-Sociaal Domein spelen daarin een belangrijke rol.

De contractstandaarden brengen structuur, duidelijkheid én ook kansen. Niet alleen voor inkoop maar juist ook voor contractmanagers en toezichthouders bij controle op rechtmatigheid en kwaliteit.


In deze blog delen we de belangrijkste bepalingen waarmee je voordeel kunt doen in je werkzaamheden als contractmanager en toezichthouder. Tijdens de kennissessie over de nieuwe contractstandaarden op ons evenement Kennis in Beeld IV, was er veel interesse en daarom hebben we de inhoud omgezet naar een artikel.



ree


De nieuwe contractstandaarden


De samenwerking tussen gemeenten en aanbieders varieert sterk van regio tot regio. Er bestaan veel verschillen tussen de contracten die gemeenten hanteren, veelal met eigen voorwaarden en verantwoordingsvormen en dat leidde tot veel extra administratie.


Om dat te verbeteren, heeft het Ketenbureau i-Sociaal Domein samen met gemeenten en aanbieders de verplichte nieuwe contractstandaarden ontwikkeld voor de Wmo en Jeugdwet.

Sinds wanneer zijn ze verplicht?

  • Jeugdwet – verplicht bij nieuwe inkoop sinds januari 2023

  • Wmo – verplicht bij nieuwe inkoop vanaf januari 2025

De invoering betekent dat nieuwe contracten voortaan gebaseerd moeten zijn op dezelfde landelijke structuur.

De opbouw

Elke standaardovereenkomst bestaat uit drie onderdelen:

  1. De overeenkomst, met drie onderdelen:

    • Generieke bepalingen – niet aanpasbaar, gelden altijd.

    • Bepalingen met alle aanbieders – de gemeenschappelijke afspraken.

    • Specifieke bepalingen per aanbieder – ruimte voor lokale invulling.

Belangrijk: bij de overeenkomst is dat geen bepalingen mogen worden toegevoegd in deel 2 of 3 die strijdig zijn met de generieke bepalingen.

  1. De inkoopdocumenten, die de procedure bepalen (SAS* met of zonder EMVI**, of toelating). * Sociale en Andere Specifieke diensten

    ** Economisch Meest Voordelige Inschrijving

  2. Toelichtingsdocumenten, met uitleg over toepassing en interpretatie.


Doorontwikkeling van de standaarden

De contractstandaarden zijn niet in beton gegoten. Via dit formulier kunnen suggesties aan de wijzigingscommissie worden voorgedragen. Als suggesties worden doorgevoerd dan komt een nieuwe versie van de contractstandaarden beschikbaar.

Let op: de nieuwste versie wordt automatisch van kracht en hoeft bijvoorbeeld niet vastgesteld te worden door het college of ondertekend te worden door de zorgaanbieders.

Voor de Wmo is versie 1.2 al in gebruik en per 1 januari 2026 verplicht en voor de Jeugd is versie versie 1.4 beschikbaar en per 1 januari 2026 verplicht.



Het voordeel voor toezichthouders en contractmanagers


De nieuwe contractstandaarden bieden niet alleen structuur voor inkopers, maar ook concrete handvatten voor contractmanagers en toezichthouders. Hieronder vind je de belangrijkste bepalingen uit het generieke deel van de overeenkomst, verdeeld in drie onderdelen:


  1. De basis – fundamentele afspraken die in elk contract gelden.

  2. Aanbieder informeert over… – verplichte meldingen en rapportages.

  3. Rechten van de gemeente – hoe gemeenten kunnen sturen op kwaliteit, continuïteit en naleving.


We gebruiken de Wmo-artikelen als referentie, met vermelding van de Jeugdwet wanneer relevant. Verschillen zijn minimaal, vaak alleen begripsmatig (bijv. aanbieder en zorgaanbieder).


De bepalingen in tabelvorm:

Voor het overzicht zijn hieronder de bepalingen in tabelvorm opgenomen. De volledige toelichting op een bepaling vind je onderaan dit artikel. Om daarheen te gaan klik dan op de beschrijving in de eerste kolom.

Deel 1: De basis

Bepaling

Artikel

Wat houdt de bepaling in

3.11

Gebruik van het standaard administratie protocol van het Ketenbureau is verplicht.

3.1.3

De gemeente/regio is verantwoordelijk voor afstemming van zorg wanneer meerdere aanbieders actief zijn, tenzij anders afgesproken.

3.10.1 & 3.10.2

Gemeente mag gegevens opvragen en partijen moeten actief informatie delen.

3.1.4

Gemeente kan toetsen of methoden bewezen effectief zijn. Noodzakelijk: voldoende kennis en kunde binnen de gemeente.


Deel 2: Aanbieder informeert over…

Bepaling

Artikel

Wat houdt de bepaling in

3.10.3a

Meldplicht binnen 7 dagen bij opleggen van maatregelen door Wmo/Jeugdtoezichthouder of IGJ; direct bij andere toezichthouders.

3.4.2

Meldplicht bij: negatieve jaarresultaten, geldproblemen, bestuurlijke onrust, maatregelen van toezichthouders, tucht/strafrecht. Gemeente kan extern onderzoek doen. Bevat ook aanvullende risico’s zoals personeelsproblemen of verlies van opdrachten.

3.15

Aanbieder moet UBO’s registreren en actief delen.

Deel 3: Rechten van de gemeente

Bepaling

Artikel

Wat houdt de bepaling in

3.5.1 – 3.5.3

Aanbieder past landelijke of Treeknormen toe, informeert proactief over dreigende wachttijden, en mag alleen een cliëntenstop instellen na schriftelijke toestemming.

3.18

Alle toezichthoudende oordelen (Wmo, IGJ, NZa, Belastingdienst, Arbeidsinspectie) moeten worden betrokken bij de overeenkomst. Noodzakelijk: Handvat voor escalatie of vervolgacties.

3.9

Aanbieder meldt vooraf inzet van onderaannemers; schriftelijke toestemming nodig, behalve voor ZZP’ers.



Risico's in beeld: Verbeter kwaliteit en verminder onrechtmatigheden


De nieuwe contractstandaarden bieden gemeenten & regio's de handvatten om onrechtmatigheden terug te dringen en kwaliteit te verbeteren. Benodigde informatie moet proactief gedeeld worden waardoor risico's beter in kaart zijn.

Door deze mogelijkheden te benutten (actief vragen, ontvangen informatie opvolgen, signalen combineren) kunnen contractmanagers en toezichthouders direct winst behalen, zoals onder andere zichtbaar werd in gemeente Nissewaard.


Opvolging

Een belangrijk onderdeel waar we in deze blog niet aan toekomen, is de opvolging van bevindingen. Met een helder handelingskader en/of escalatieladder kan een gemeente effectief en zorgvuldig optreden: van een waarschuwing tot het in gebreke stellen van een aanbieder. Dit onderwerp verdient echter een eigen verdieping in een volgende blog.

BasisBeeld: Ondersteuning in je werkproces

Wil je een systeem dat je werkproces als toezichthouder of contractmanager direct ondersteunt en je helpt om het maximale uit de nieuwe contractstandaarden te halen? Vraag dan een demo van BasisBeeld aan.


BasisBeeld biedt datagedreven werkomgevingen waarin contracten een direct onderdeel zijn van je werkproces en helpt met het voeren van gesprekken en het doen van volledige onderzoeken. Dit op basis van afspraken, kpi's en risico's voor zowel lokale en regionale contracten.


Benieuwd? Neem dan contact op en we geven graag een demo.


Verder lezen?

Wil je meer weten over de contractstandaarden ga dan naar i-sociaaldomein.nl en de e-learning is ook zeker aan te raden.



Bijlage:

Volledige toelichting op bepalingen

We gebruiken de Wmo-artikelen als referentie, met vermelding van de Jeugdwet wanneer relevant. Verschillen zijn minimaal, vaak alleen begripsmatig (bijv. aanbieder en zorgaanbieder).

Deel 1: De basis

In de basis zijn er een aantal bepalingen die in je huidige contracten waarschijnlijk al zijn geregeld maar mogelijk dat de contractstandaarden net anders werken dan nu overeengekomen is.


  1. Berichtenverkeer & het standaard administratieprotocol

Wmo & Jeugdwet artikel 3.11

"Partijen volgen altijd de meest actuele regels uit het Informatiemodel iStandaarden van Zorginstituut Nederland. {…} Opdrachtnemer gebruikt goed werkende software. Zo kan hij registreren, communiceren en verantwoorden zoals het moet volgens de i-standaarden. {…} Opdrachtnemer gebruikt daarbij het juiste Standaard Administratieprotocol van het Ketenbureau i-Sociaal Domein."


Het gebruik van het berichtenverkeer is wettelijk verplicht maar wat mogelijk anders is dan nu is het verplichte gebruik van het standaard administratie protocol van het Ketenbureau. Dit betekent dat niet zonder meer een eigen administratie protocol gebruikt kan worden.


  1. Opdrachtgever is verantwoordelijk

Wmo & Jeugdwet artikel 3.1.3

"Als een cliënt hulp, ondersteuning of zorg krijgt van meerdere (jeugdhulp- of zorg)aanbieders op hetzelfde adres, dan zorgt de opdrachtgever dat de hulp, ondersteuning en zorg goed op elkaar aansluiten, tenzij Opdrachtgever een andere partij daarvoor aanwijst."


De meeste contracten bevatten al een bepaling over wie verantwoordelijk is als meerdere zorgaanbieders actief zijn maar vooral goed om te weten dat in de basis de gemeente/regio verantwoordelijk is als hier geen afspraken over worden gemaakt.


  1. Informatievoorziening aan de gemeente

Wmo en Jeugdwet artikel 3.10.1 en 3.10.2

3.10.1: Opdrachtnemer geeft Opdrachtgever op verzoek de gegevens die nodig zijn om zijn taken goed uit te voeren. {…} Opdrachtgever vraagt geen gegevens op als hij deze al heeft of kan krijgen van het CBS. Opdrachtgever voorkomt onnodige administratieve lasten.

3.10.2: Partijen geven elkaar actief de informatie die nodig is voor het uitvoeren van deze overeenkomst {…}


In de basis mag je om gegevens verzoeken en daarbij is het de bedoeling dat partijen elkaar ook actief van informatie voorzien. Deze bepaling komt nog een aantal keer terug bij volgende bepalingen.


  1. Evidence based of practice based

Wmo en Jeugdwet artikel 3.1.4

3.1.4: Opdrachtnemer gebruikt methoden die bewezen werken (evidence based of practice based). {…}


Deze bepaling geeft de basis waardoor de gemeente bepaalde behandelingen of ondersteuning kan toetsen en kan weigeren. Belangrijk hierbij is dat de gemeente moet beschikken over voldoende kennis en kunde om dit te kunnen doen.



Deel 2: Aanbieder informeert over...

Gezien de bepaling dat partijen elkaar actief moeten informeren zijn de volgende bepalingen interessant want er zijn een behoorlijk aantal onderwerpen waarover de zorgaanbieder de gemeente moet informeren. Deze onderwerpen helpen om risico's beter in beeld te krijgen.


1.      Maatregelen opgelegd aan bestuurders

Wmo en Jeugdwet artikel 3.10.3a

Als een toezichthouder maatregelen oplegt aan Opdrachtnemer of zijn bestuurders, dan meldt Opdrachtnemer dit aan Opdrachtgever:

  • binnen 7 kalenderdagen bij maatregelen van Wmo- of Jeugdtoezichthouder

  • binnen 7 kalenderdagen bij maatregelen van de IGJ

  • direct bij andere toezichthouders (zoals Belastingdienst of ACM)


Dat opgelegde maatregelen moeten worden gemeld is een bijzonder krachtige bepaling waardoor gemeenten en regio's beter op de hoogte zijn. Informatie direct delen met andere toezichthouders blijft uitdagend maar hiermee zijn zorgaanbieders verplicht om te ondersteunen en wordt een waterbedeffect beperkt waarbij zorgaanbieders in andere gemeenten gewoon door kunnen gaan met onrechtmatigheden.


Voor het maximale effect is het belangrijk om als toezichthouder na opleggen van een maatregel te controleren of de zorgaanbieder dit gemeld heeft aan alle gemeenten en regio's waar met de contractstandaard wordt gewerkt.


  1. Continuïteitsrisico's

Wmo en Jeugdwet artikel 3.4.2

Als Opdrachtnemer een risico ziet voor het doorgaan van de ondersteuning, dan meldt hij dit direct aan Opdrachtgever, {…} Op verzoek geeft hij Opdrachtgever inzage in relevante documenten. Opdrachtgever mag dan een extern onderzoek (bijvoorbeeld door een accountant) laten doen.

Specifiek voor de Jeugdwet: Bij een vermoeden van risico op continuïteit informeert Opdrachtnemer ook de accounthoudende regio en de Nederlandse Zorgautoriteit (er is besloten dat de taken van de Jeugdautoriteit per 1-1-2026 overgaan naar de NZa).


Partijen beschouwen de volgende situaties altijd als risicovol {...}

a) de afgelopen drie jaar achter elkaar negatieve jaarresultaten,

b) geldproblemen (liquiditeitsproblemen),

c) bestuurlijke onrust,

d) maatregelen door inspectie, gemeente of een andere toezichthouder,

e) een tuchtrechtelijke of strafrechtelijke maatregel.

Partijen overleggen altijd bij dit soort situaties.


In de toelichting worden nog meer situaties benoemd die ook risico's op de continuïteit kunnen veroorzaken zoals:

  • Bestuurders die vertrekken zonder opvolging;

  • Grote personele tekorten;

  • Slechte samenwerking tussen gemeente en jeugdhulpaanbieder;

  • Het niet behalen van kwaliteitscertificaten;

  • Verlies van opdrachten of dalende instroom;

  • Ernstige geschillen over tarieven of aanbesteding;

  • Kritiek van toezichthouders, zoals GGD, IGJ of de accountant.

Aanbieders moeten hun bedrijfsvoering goed kennen. Als ze risico’s zien, moeten ze die actief bespreken.


  1. UBO’s

Wmo en Jeugdwet artikel 3.15

3.15.1: Opdrachtnemer heeft geen UBO (uiteindelijk belanghebbende) die onder een wettelijke sanctieregeling valt.


3.15.2: Opdrachtgever betaalt nooit aan een Opdrachtnemer met een UBO die op een sanctielijst staat. Opdrachtnemer zorgt voor juiste registratie van zijn UBO in het landelijke UBO-register. Als Opdrachtgever de UBO niet kan vaststellen, dan levert Opdrachtnemer de gegevens op verzoek van Opdrachtgever aan.


De UBO informatie wordt bij de inschrijving gecontroleerd maar veelal is dit eenmalig. Ook hierbij is de bepaling weer van belang dat de zorgaanbieder verplicht is om actief deze informatie te delen.



Deel 3: Rechten van de gemeente

In dit deel staan de bepalingen die gemeenten helpen hun regierol te versterken. Het legt vast hoe gemeenten kunnen sturen op kwaliteit en continuïteit van ondersteuning — via afspraken over wachttijden, toezichtbevindingen en de inzet van onderaannemers.


  1. Wachtlijsten 

Wmo en Jeugdwet artikel 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3

3.5.1: Opdrachtnemer doet zijn best om wachttijden te voorkomen. Als er landelijke wachttijdnormen zijn, dan past Opdrachtnemer deze toe. Als er geen normen zijn, dan gelden de Treeknormen. Als Opdrachtnemer niet onder een Treeknorm voor een specifieke branche valt, dan gelden de Treeknormen Gehandicaptenzorg. Als Partijen de Treeknormen Gehandicaptenzorg niet passend vinden, dan spreken zij samen een andere norm af en leggen die vast in deel 1 of 2.


3.5.2

Opdrachtnemer informeert Opdrachtgever of een aangewezen partij actief over wachttijden en wachttijdbeheer. Hij meldt daar ook vooraf als wachttijden dreigen te ontstaan of juist afnemen.


3.5.3

Opdrachtnemer mag alleen een cliëntenstop instellen als Opdrachtgever hiervoor schriftelijk toestemming geeft.


Als zorgaanbieder heb je veel verantwoordelijkheden rond wachttijden. Je moet je verplicht houden aan landelijke wachttijdnormen en moet vooraf actief informeren over wachttijden. Daarnaast mag je alleen een cliëntenstop instellen na schriftelijke toestemming.

  1. Bevindingen van toezicht en handhaving

Wmo en Jeugdwet artikel 3.18

Als een toezichthouder (zoals de Wmo-toezichthouder, IGJ, NZa, Belastingdienst of Arbeidsinspectie) een oordeel over de ondersteuning van Opdrachtnemer geeft, dan betrekt Opdrachtgever dat oordeel bij deze overeenkomst. Dit geldt ook voor oordelen over bestuurders of toezichthouders van Opdrachtnemer.


Door het betrekken van bevindingen kunnen gesignaleerde risico's aanleiding geven tot nader onderzoek of beëindiging van de overeenkomst. Een gemeente heeft hierbij een model nodig om de risico's te vertalen naar gevolgen, dit kan bijvoorbeeld via een escalatieladder of handhavingsprotocol.


  1. Hoofd- en onderaanneming

Wmo en Jeugdwet artikel 3.9

3.9.1: Opdrachtnemer meldt vooraf aan Opdrachtgever als hij maatschappelijke ondersteuning wil uitbesteden aan een onderaannemer. Hij heeft daarvoor schriftelijke toestemming nodig, behalve bij een zelfstandige zonder personeel. {...}


3.9.4: Opdrachtnemer maakt met elke onderaannemer afspraken. De onderaannemer mag zelf geen andere onderaannemers inschakelen, tenzij Opdrachtgever hiervoor schriftelijk toestemming geeft.


Als zorgaanbieder zijn er een flink aantal bepalingen waaraan je moet voldoen. Vooral belangrijk is dat de inzet vooraf gemeld moet worden en dat toestemming nodig is. Alleen is er een belangrijke uitzondering voor ZZP'ers. Hiervoor is geen toestemming nodig is. De overweging hierbij is dat de inzet van ZZP'ers van tijdelijke aard zou moeten zijn.


Doordat dit in de algemene bepalingen is opgenomen is het niet mogelijk om het toezicht op zelfstandigen te versterken. Dit betekent dat je extra alert moet zijn op hoe hoofdaannemers de inzet van ZZP’ers organiseren en controleren.




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page